Alopecia androgenetica

Wat is alopecia androgenetica?

Alopecia androgenetica, ook wel bekend als erfelijke haaruitval, is de meest voorkomende vorm van haarverlies bij mannen als vrouwen. Bij vrouwen wordt alopecia androgenetica vaak aangeduid als female pattern hair loss. Deze aandoening wordt gekenmerkt door een progressief dunner worden van het haar volgens een specifiek patroon. Bij mannen begint het vaak met een terugtrekkende haarlijn bij de slapen en haarverlies op de kruin, wat kan leiden tot gedeeltelijke of volledige kaalheid. Haarverlies heeft vaak een grote psychische impact.

Hoe wordt alopecia androgenetica behandeld?

Hoewel alopecia androgenetica een goedaardige aandoening is en geen medische behandeling vereist, kunnen cosmetische of psychologische redenen iemand doen besluiten tot behandeling. Wij hebben uitgebreide ervaring met de dermatologische behandeling van haarverlies. Bij alopecia androgenetica kunnen de volgende behandelopties worden overwogen:

Voorafgaand aan de behandeling zal een arts uw situatie beoordelen om de meest geschikte therapie te bepalen. Kliniek Ebbelaar voert geen haartransplantaties uit. Wij hebben wel uitgebreide ervaring met nacontroles en behandelingen na een haartransplantatie die is uitgevoerd in het buitenland. 

Figuur 1. Alopecia androgenetica voor en na 6 maanden behandeling bij Kliniek Ebbelaar.

Alopecia androgenetica before Alopecia androgenetica after
Before
After

Alopecia androgenetica voor en na de eerste 6 maanden behandeling van een individueel afgestemd medisch haarverbeteringsprogramma. Er is een duidelijke verbetering van de haardikte en haardichtheid. Het maximale resultaat van ons haarverbeteringsprogramma wordt echter pas na 12-24 maanden bereikt. 

Hoe ontstaat alopecia androgenetica?

Alopecia androgenetica ontstaat primair door een combinatie van genetische aanleg en hormonale factoren. Daarnaast spelen verminderde doorbloeding en verhoogde spanning op de hoofdhuid waarschijnlijk een rol in de progressie van haarverlies. De volgende processen dragen bij aan de miniaturisatie van de haarzakjes en de geleidelijke afname van haargroei:

  • Hormonale invloeden en een verkorte anagene fase: Dihydrotestosteron (DHT) speelt een centrale rol bij alopecia androgenetica. Het bindt aan androgene receptoren in de haarzakjes en verkort de anagene groeifase, waardoor haren dunner en korter worden. Dit leidt uiteindelijk tot miniaturisatie van de haarzakjes, totdat ze geen terminale haren meer produceren. DHT veroorzaakt bovendien micro-ontstekingen en verhoogde TGF-β1-activiteit, wat de haarzakjes verder beschadigt. Finasteride en dutasteride blokkeren het enzym 5-alpha-reductase, dat testosteron omzet in DHT, waardoor de haarzakjes minder worden aangetast. Ook ketoconazol heeft een anti-androgene werking en kan lokaal de binding van DHT aan de haarzakjes verminderen. Prostaglandine-analogen zoals latanoprost en bimatoprost verlengen de anagene fase, waardoor haren langer en dikker blijven groeien. Ze stimuleren de celactiviteit binnen de haarfollikel en kunnen daarnaast de pigmentatie van het haar verbeteren.
  • Verminderde doorbloeding: Haarzakjes hebben een constante toevoer van zuurstof en voedingsstoffen nodig om in de groeifase te blijven. Bij alopecia androgenetica is aangetoond dat de microcirculatie in de hoofdhuid afneemt, waardoor de haarfollikels minder goed worden voorzien van essentiële groeifactoren. Dit kan de haarcyclus verkorten en de haarzakjes verzwakken. Minoxidil verwijdt de bloedvaten en verbetert de doorbloeding van de hoofdhuid, waardoor haarzakjes beter gevoed worden en langer in de groeifase blijven. PRP-therapie (Platelet-Rich Plasma) stimuleert de vorming van nieuwe bloedvaten (angiogenese) en bevat groeifactoren die haarfollikels reactiveren. Microneedling veroorzaakt gecontroleerde microtrauma’s in de huid, wat de bloedcirculatie stimuleert en groeifactoren vrijmaakt die de haargroei kunnen bevorderen. Ook prostaglandine-analogen kunnen waarschijnlijk de microcirculatie in de hoofdhuid verbeteren.
  • Mechanische spanning op de hoofdhuid: Recent onderzoek suggereert dat chronische aanspanning van de occipitalis, frontalis, auricularis en temporalis spieren een rol kan spelen bij alopecia androgenetica. Deze spieren zijn verbonden met de galea aponeurotica, een bindweefselstructuur op de schedel. Wanneer deze spieren continu aangespannen zijn, kan dit leiden tot een verhoogde druk en verminderde bloedtoevoer naar de bovenste delen van de hoofdhuid, waar haarverlies meestal optreedt. Dit patroon komt sterk overeen met het klassieke haarverliespatroon bij mannen. Bovendien kan chronische mechanische stress ontstekingsprocessen en fibrose in de hoofdhuid bevorderen, wat de progressie van haarverlies versnelt. Botuline toxine type A ontspant de hoofdhuidspieren, vermindert mechanische spanning en kan indirect de bloedtoevoer naar de haarzakjes verbeteren. Dit kan helpen om de haargroei te stabiliseren en verdere miniaturisatie tegen te gaan.

Omdat meerdere factoren bijdragen aan het proces van haarverlies, is een combinatie van behandelingen vaak het meest effectief om de progressie van alopecia androgenetica te vertragen en de haargroei te optimaliseren. 

Welke klachten geeft alopecia androgenetica?

Alopecia androgenetica veroorzaakt meestal geen lichamelijke klachten, maar kan gepaard gaan met:

  • Trichodynie (haarpijn): een pijnlijke of branderige sensatie op de hoofdhuid.
  • Hoofdpijn of spanning in de hoofdhuid.
  • Droge of geïrriteerde hoofdhuid
  • Jeuk (pruritus)
  • Hoofdroos (pityriasis capitis) of seborrhoïsch eczeem
  • Gevoeligheid voor zonlicht: Na haarverlies kan de hoofdhuid gevoeliger worden voor UV-straling, doordat het haar minder bescherming biedt.
  • Cosmetische zorgen: Het zichtbare haarverlies kan invloed hebben op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen.
  • Psychologische impact: Sommige mensen ervaren stress, angst of depressie als gevolg van haarverlies.

Het is belangrijk om deze aspecten te erkennen en, indien nodig, ondersteuning te zoeken.

Bij wie komt alopecia androgenetica voor?

Alopecia androgenetica komt veel voor bij mannen en is de meest voorkomende oorzaak van haarverlies. Ongeveer 50% van de mannen boven de 50 jaar ervaart enige mate van kaalheid. De aandoening kan echter al in de late tienerjaren beginnen, vooral bij mannen met een sterke genetische aanleg. Erfelijkheid speelt een cruciale rol: als haaruitval voorkomt in de familie, bijvoorbeeld bij vader, grootvader of broers, is de kans aanzienlijk groter dat iemand zelf ook alopecia androgenetica ontwikkelt.

De mate en snelheid van haarverlies variëren per persoon en zijn afhankelijk van de gevoeligheid van de haarzakjes voor dihydrotestosteron (DHT). Sommige mannen verliezen langzaam hun haar over tientallen jaren, terwijl anderen binnen enkele jaren uitgebreide kaalheid ontwikkelen.

Hoe ziet alopecia androgenetica eruit?

Alopecia androgenetica heeft een karakteristiek patroon van haarverlies bij mannen. Dit verloopt geleidelijk en volgens een voorspelbaar patroon:

  • Terugtrekkende haarlijn: Het haar trekt zich terug bij de slapen, wat leidt tot een ‘M’-vormige haarlijn.
  • Kaalheid op de kruin: Verdunning en uiteindelijk haarverlies op de bovenkant van het hoofd.
  • Geleidelijke progressie: Deze patronen kunnen uiteindelijk leiden tot volledige kaalheid op de bovenkant van de hoofdhuid, waarbij alleen nog een haarstrook aan de zijkanten en achterkant van het hoofd blijft bestaan.

De Norwoodschaal is een veelgebruikt classificatiesysteem om de ernst van haarverlies bij alopecia androgenetica bij mannen in te delen. Bij onderzoek van het haar met een dermatoscoop (trichoscopie) kunnen specifieke kenmerken van alopecia androgenetica worden waargenomen:

Deze trichoscopische kenmerken zijn typisch voor alopecia androgenetica en helpen bij de diagnose en monitoring van de aandoening.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose alopecia androgenetica wordt meestal gesteld op basis van de anamnese, het klinische beeld en trichoscopie. Alopecia androgenetica kan gepaard gaan met telogeen effluvium. Daarnaast is het belangrijk om verlittekenende haarziekten (cicatriciële alopecie) te onderscheiden van alopecia androgenetica, omdat de behandelaanpak hierbij verschilt. Bij Kliniek Ebbelaar:

  • Beoordelen we het haar ieder bezoek met trichoscopie.
  • Maken we bij ieder bezoek hoge resolutie foto’s met de Visia® om de haarstructuur en het patroon van haarverlies nauwkeurig in kaart te brengen. Hierbij kan sterk worden ingezoomd op de haarzakjes. Zo wordt het effect van de behandeling zorgvuldig gevolgd.
  • We verrichten eventueel bloedonderzoek om eventuele onderliggende oorzaken uit te sluiten.
  • Er kan eventueel een biopt worden genomen als er onduidelijkheid is over de oorzaak. Dit is echter zelden nodig. 

Bij Kliniek Ebbelaar beoordelen wij zorgvuldig uw haar en bespreken we de meest geschikte behandelingsopties. Wilt u meer weten over de behandelingsmogelijkheden? Neem gerust contact met ons op voor een persoonlijk consult.