Female pattern hair loss ook bekend als alopecia androgenetica bij vrouwen, is de meest voorkomende vorm van haarverlies bij vrouwen. De aandoening wordt gekenmerkt door een progressief dunner wordend haar volgens een specifiek patroon. In tegenstelling tot mannen, waarbij de haarlijn vaak terugtrekt, blijft de haarlijn bij vrouwen meestal intact, maar wordt het haar diffuus dunner op de kruin en de scheiding breder. Dit proces kan al beginnen in de twintiger of dertiger jaren en heeft vaak een grote psychologische impact.
Hoewel female pattern hair loss een goedaardige aandoening is en geen medische behandeling vereist, kiezen veel vrouwen voor behandeling om het haarverlies te stabiliseren en nieuwe haargroei te stimuleren. De volgende behandelopties kunnen worden overwogen:
Voorafgaand aan de behandeling zal een arts uw situatie beoordelen om de meest geschikte therapie te bepalen. Omdat meerdere factoren bijdragen aan haarverlies, wordt vaak een combinatie van behandelingen aanbevolen voor het beste resultaat. Elke behandeling heeft zijn eigen voordelen en nadelen:
FPHL ontstaat primair door een combinatie van genetische aanleg, hormonale factoren en verminderde doorbloeding. Hoewel vrouwen minder androgenen (mannelijke geslachtshormonen) hebben dan mannen, spelen deze hormonen nog steeds een rol bij haarverlies. De volgende processen dragen bij aan haarverlies:
Omdat meerdere factoren een rol spelen, werkt een combinatie van behandelingen vaak het best.
Female pattern hair loss veroorzaakt meestal geen ernstige lichamelijke klachten, maar heeft vaak een enorme psychische impact. Female pattern hair loss kan gepaard gaan met:
Female pattern hair loss kan bij vrouwen van alle leeftijden voorkomen na de puberteit. Het voorkomen ervan neemt toe met de leeftijd:
Deze cijfers benadrukken dat female pattern hair loss een veelvoorkomend probleem is, vooral naarmate de leeftijd vordert. Een familiegeschiedenis van haarverlies vergroot de kans op het ontwikkelen van female pattern hair loss, wat wijst op een sterke genetische component. Tot slot komt female pattern hair loss vaker voor bij vrouwen met Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS).
Female pattern hair loss volgt vaak een typisch patroon van haarverlies:
Een belangrijk onderscheid met telogeen effluvium (TE) is het haarverliespatroon. Bij female pattern hair loss is de verdunning vaak diffuus, maar met nadruk op de kruin, wat kan resulteren in een zogenaamde ‘kerstboomconfiguratie’ wanneer de scheiding breder wordt. Telogeen effluvium daarentegen veroorzaakt een meer gelijkmatige haaruitval over het gehele hoofd en wordt vaak veroorzaakt door een onderliggende trigger zoals stress of chronische ziekten. De ernst van haarverlies bij vrouwen wordt meestal beoordeeld aan de hand van de Sinclair-classificatie.
Bij onderzoek met een dermatoscoop (trichoscopie) worden de volgende kenmerken waargenomen:
Deze kenmerken helpen bij het onderscheiden van FPHL van andere vormen van haarverlies, zoals telogeen effluvium of alopecia areata.
De diagnose alopecia androgenetica wordt meestal gesteld op basis van de anamnese, het klinische beeld en trichoscopie. Bij Kliniek Ebbelaar beoordelen we het haar met dermatoscopie en maken we foto’s met de Visia® om de haarstructuur en het patroon van haarverlies nauwkeurig in kaart te brengen. Hierbij kan sterk worden ingezoomd op de haarzakjes. Indien nodig wordt laboratoriumonderzoek verricht om eventuele onderliggende oorzaken uit te sluiten. Ook telogeen effluvium kan een rol spelen. Daarnaast is het belangrijk om verlittekenende haarziekten (cicatriciële alopecie) te onderscheiden van alopecia androgenetica, omdat de behandelaanpak hierbij verschilt.