Female pattern hair loss

Wat is female pattern hair loss?

Female pattern hair loss ook bekend als alopecia androgenetica bij vrouwen, is de meest voorkomende vorm van haarverlies bij vrouwen. De aandoening wordt gekenmerkt door een progressief dunner wordend haar volgens een specifiek patroon. In tegenstelling tot mannen, waarbij de haarlijn vaak terugtrekt, blijft de haarlijn bij vrouwen meestal intact, maar wordt het haar diffuus dunner op de kruin en de scheiding breder. Dit proces kan al beginnen in de twintiger of dertiger jaren en heeft vaak een grote psychologische impact.

Hoe wordt female pattern hair loss behandeld?

Hoewel female pattern hair loss een goedaardige aandoening is en geen medische behandeling vereist, kiezen veel vrouwen voor behandeling om het haarverlies te stabiliseren en nieuwe haargroei te stimuleren. De volgende behandelopties kunnen worden overwogen:

  • Topicale behandeling met minoxidil
  • Topicale behandeling met prostaglandine-analogen zoals latanoprost
  • Orale behandeling met minoxidil 
  • Orale behandeling met spironolacton 
  • Ketoconazol shampoo en crème 
  • PRP-therapie (Platelet-Rich Plasma) 

Voorafgaand aan de behandeling zal een arts uw situatie beoordelen om de meest geschikte therapie te bepalen. Omdat meerdere factoren bijdragen aan haarverlies, wordt vaak een combinatie van behandelingen aanbevolen voor het beste resultaat. Elke behandeling heeft zijn eigen voordelen en nadelen:

  • Minoxidil stimuleert haargroei door de groeifase te verlengen en de bloedtoevoer naar de haarzakjes te verbeteren, maar kan bijwerkingen overmatige haargroei veroorzaken, vooral bij orale toepassing.
  • Prostaglandine-analogen verlengen de anagene fase en verbeteren de haardichtheid, maar hun effectiviteit op de hoofdhuid is nog niet breed onderzocht.
  • Spironolacton vermindert de invloed van androgenen op de haarzakjes, maar kan bijwerkingen geven zoals een verhoogd kalium in het bloed. Daarom moet hierbij periodiek bloedonderzoek worden gedaan.
  • Ketoconazol shampoo en crème werken antiandrogeen, maar moeten gecombineerd worden met andere behandelingen.
  • PRP-therapie stimuleert de haarzakjes door groeifactoren uit eigen bloed, maar is relatief kostbaar en vereist meerdere sessies voor een optimaal resultaat.

Hoe ontstaat female pattern hair loss?

FPHL ontstaat primair door een combinatie van genetische aanleg, hormonale factoren en verminderde doorbloeding. Hoewel vrouwen minder androgenen (mannelijke geslachtshormonen) hebben dan mannen, spelen deze hormonen nog steeds een rol bij haarverlies. De volgende processen dragen bij aan haarverlies:

  • Hormonale invloeden: Dihydrotestosteron (DHT) bindt aan androgene receptoren in de haarzakjes, verkort de groeifase en leidt tot miniaturisatie van haarzakjes. Dit proces wordt versneld door hormonale veranderingen, zoals tijdens de menopauze. Spironolacton, ketoconazol en finasteride verminderen de invloed van DHT. In Nederland wordt finasteride bij vrouwen echter vrijwel niet gebruikt.
  • Verkorte anagene fase: De groeifase van de haren wordt korter, waardoor haren minder lang groeien en sneller uitvallen. Prostaglandine-analogen zoals latanoprost en bimatoprost verlengen de anagene fase en stimuleren haargroei.
  • Verminderde doorbloeding: Haarzakjes krijgen minder zuurstof en voedingsstoffen, wat de haargroei vertraagt. Minoxidil, PRP en microneedling stimuleren de bloedtoevoer en groeifactoren.
  • Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS): Vrouwen met PCOS hebben vaak verhoogde androgenen, wat kan leiden tot haarverlies. Andere symptomen van PCOS zijn onregelmatige menstruatie, overmatige haargroei (hirsutisme), acne en vruchtbaarheidsproblemen. Hormonale therapie zoals orale anticonceptiva en spironolacton kunnen helpen om de hormonale balans te reguleren.

Omdat meerdere factoren een rol spelen, werkt een combinatie van behandelingen vaak het best.

Welke klachten geeft female pattern hair loss?

Female pattern hair loss veroorzaakt meestal geen ernstige lichamelijke klachten, maar heeft vaak een enorme psychische impact. Female pattern hair loss kan gepaard gaan met:

  • Verdunning van het haar op de kruin: Het haar wordt minder vol.
  • Breder wordende haarscheiding: De hoofdhuid wordt beter zichtbaar.
  • Trichodynie: Een branderig, tintelend of pijnlijk gevoel op de hoofdhuid
  • Een overgevoelige hoofdhuid, vooral bij aanraking.
  • Jeuk (pruritus)
  • Cosmetische zorgen: Het haarverlies kan psychisch belastend zijn en onzekerheid veroorzaken. Het is belangrijk om deze psychische aspecten te erkennen en, indien nodig, ondersteuning te zoeken.

Bij wie komt female pattern hair loss voor?

Female pattern hair loss kan bij vrouwen van alle leeftijden voorkomen na de puberteit. Het voorkomen ervan neemt toe met de leeftijd:

  • Ongeveer 5 % van de vrouwen onder de 30 jaar ervaart female pattern hair loss.
  • Ongeveer 30% van de vrouwen op 50-jarige leeftijd heeft er last van.
  • Dit percentage stijgt naar ongeveer 50% bij vrouwen van 75 jaar en ouder.

Deze cijfers benadrukken dat female pattern hair loss een veelvoorkomend probleem is, vooral naarmate de leeftijd vordert. Een familiegeschiedenis van haarverlies vergroot de kans op het ontwikkelen van female pattern hair loss, wat wijst op een sterke genetische component. Tot slot komt female pattern hair loss vaker voor bij vrouwen met Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS).

Hoe ziet female pattern hair loss eruit?

Female pattern hair loss volgt vaak een typisch patroon van haarverlies:

  • Verdunning van het haar op de kruin: De haardichtheid neemt geleidelijk af.
  • Breder wordende haarscheiding: De scheiding wordt zichtbaar breder door dunner wordend haar.
  • Behoud van de haarlijn: In tegenstelling tot mannen blijft de haarlijn meestal intact.

Een belangrijk onderscheid met telogeen effluvium (TE) is het haarverliespatroon. Bij female pattern hair loss is de verdunning vaak diffuus, maar met nadruk op de kruin, wat kan resulteren in een zogenaamde ‘kerstboomconfiguratie’ wanneer de scheiding breder wordt. Telogeen effluvium daarentegen veroorzaakt een meer gelijkmatige haaruitval over het gehele hoofd en wordt vaak veroorzaakt door een onderliggende trigger zoals stress of chronische ziekten. De ernst van haarverlies bij vrouwen wordt meestal beoordeeld aan de hand van de Sinclair-classificatie.

Bij onderzoek met een dermatoscoop (trichoscopie) worden de volgende kenmerken waargenomen:

  • Miniaturisatie van de haren: haren worden dunner en korter (vellus haren), wat typisch is voor female pattern hair loss
  • Variatie in haardikte (anisotrichose): Afwisseling van gezonde en dunnere haren binnen hetzelfde gebied.
  • Lonely hairs: Enkele overgebleven terminale haren in sterk uitgedunde gebieden.
  • Gele dots: Kleine, gele puntjes zichtbaar in de haarfollikels. Deze ontstaan doordat de haarfollikel leeg is na haaruitval en gevuld blijft met keratine en talg.

Deze kenmerken helpen bij het onderscheiden van FPHL van andere vormen van haarverlies, zoals telogeen effluvium of alopecia areata.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose alopecia androgenetica wordt meestal gesteld op basis van de anamnese, het klinische beeld en trichoscopie. Bij Kliniek Ebbelaar beoordelen we het haar met dermatoscopie en maken we foto’s met de Visia® om de haarstructuur en het patroon van haarverlies nauwkeurig in kaart te brengen. Hierbij kan sterk worden ingezoomd op de haarzakjes. Indien nodig wordt laboratoriumonderzoek verricht om eventuele onderliggende oorzaken uit te sluiten. Ook telogeen effluvium kan een rol spelen. Daarnaast is het belangrijk om verlittekenende haarziekten (cicatriciële alopecie) te onderscheiden van alopecia androgenetica, omdat de behandelaanpak hierbij verschilt.